Gisteravond ontdekt op het krijtbord van een café bij mij om de hoek: onder de cocktails van de maand meegedeeld: ‘auch to go’. De ietwat onbeholpen formulering werd nog versterkt door de haakjes waartussen ze geplaatst was, maar toch: we maken hier niets minder dan de geboorte van de cocktail to go mee. Nu hoort drinken in het openbaar onweerlegbaar tot de Berlijnse cultuur. Niet alleen bouwvakkers, maar ook mannen met stropdassen nuttigen hun eerste Feierabendbier al in de metro op weg naar huis – in halve literfles, uiteraard. Later op de avond en het weekend wordt het openbaar vervoer overspoeld door tieners die beurtelings aan literflessen wodka en cola lurken. En tijdens straatfeesten vloeit in elke avondwinkel de Caipirinha – in de volksmond liefkozend Cairpi genoemd – rijkelijk in plastic bekertjes. Maar het epitheton to go was vooralsnog voorbehouden aan de coffee en signaleerde daar bepaald geen kleinburgerlijke roes. Integendeel: de coffee to go suggereert een bestaan waarin zelfs voor de kortstondigste ontspanningsmomenten geen tijd is en kan daarom gerekend worden tot de attributen waarmee de young urban professional zijn succes moet etaleren, vergelijkbaar met bijvoorbeeld een I-Phone waarop onderweg naar een meeting email dient te worden gecheckt. Een cocktail lijkt voor de yup hooguit interessant in een hippe bar of club, wanneer het er op aankomt cash credibility te demonstreren. Maar misschien richt mijn café om de hoek zich met de cocktail to go op één specifieke verplaatsing in het dagelijks bestaan van de yup, die namelijk naar de after work party?
Heus wel
Eerst een paar feiten. In 2010 stegen de huren in heel Berlijn gemiddeld met 8%. In het centrum is het nog erger: in Kreuzberg stegen de huren de afgelopen drie jaar met 16%, in Friedrichshain met 18% en in sommige buurten binnen deze wijken, alsook in Mitte en Prenzlauer Berg, was sprake van een stijging met 30%. En dan hebben we het over officiële cijfers. Daar komt bij dat, ondanks de economische groei, de lonen van de midden- en onderklasse niet noemenswaardig gestegen zijn. In Berlijn, en in heel Duitsland, is de inkomensverdeling steeds ongelijker: uit de cijfers die het Duitse Institut für Wirtschaftsforschung in 2010 publiceerde blijkt dat de hogere inkomens steeds hoger, de lagere inkomens steeds lager worden. Bovendien wordt het aantal mensen dat die hogere inkomens geniet steeds kleiner, het aantal mensen dat het met die lagere inkomens moet doen steeds groter: de middenklasse erodeert. Nederlandse ondernemers komen zo graag naar Berlijn omdat ze hier geen minimumloon hoeven te betalen. En de nog altijd hoge werkeloosheid maakt een rigide – in neoliberale newspeak: flexibel – personeelsbeleid mogelijk. Want voor jou tien anderen.
Kortom: de tegenstelling is niet oerbewoner/nieuwkomer, maar arm en rijk. Nu zal het Schoonenboom en zijn Handelskamer een zorg zijn dat mensen met lagere inkomens uit hun huizen in het centrum gedreven worden en naar de verwaarloosde buitenwijken moeten uitwijken – ‘gezonde marktwerking’, om nogmaals de neoliberale newspeak van die kringen te gebruiken. Dit proces heeft echter grote gevolgen, in sociaal, maar ook in economisch opzicht. Schoonenboom merkt fijntjes op dat dankzij de gentrificatie het Görlitzer Park nu beter wordt verlicht – jaja, daar juicht de kleinburger, die ook al zo blij was toen Mussolini de treinen op tijd liet rijden. Niet iedereen is zo kortzichtig. Een vriendin van mij, die ook naast het park woont, observeerde dat in twee jaar tijd alle winkeliers in haar straat moesten sluiten: de buurtsuper, de tijdschriftenwinkel, de slijter, de loodgieter en de boekhandel. Met hun winkels verdwenen banen, sociale cohesie en levenskwaliteit. In plaats van winkels kwamen er coffeebars die binnen een jaar failliet gaan, lingeriezaken waar je in China door kleuters genaaide onderbroekjes kunt kopen en kappers waar je je voor een tientje kunt laten knippen, omdat het personeel een uurloon van 2 euro 50 krijgt uitgekeerd.
Bovendien: de explosieviteit van de stijging van de huren wordt niet veroorzaakt door een toename in particulier eigendom, die misschien nog wenselijk genoemd zou kunnen worden, maar door speculatie. Zeker in tijden van economische crisis is onroerend goed een geliefde belegging, want stabiel. Doordat de prijzen in Berlijn relatief laag liggen, kopen investeerders hele woonblokken tegelijk. Dat daar mensen in wonen, is hen om het even. Een vriend van mij kreeg twee jaar geleden een brief van zijn rentmeester, met de mededeling dat de nieuwe eigenaar uit Dubai hem een schamele oprotpremie aanbood als hij per direct verhuisde. Als hij desondanks besloot te blijven, hoefde hij niet langer op service te rekenen. En inderdaad: toen er op oudejaarsavond een vuurpijl naar binnen werd geschoten, moest hij een advocaat in de hand nemen voordat er een nieuwe ruit werd ingezet. Buiten was het in die dagen gemiddeld min vijf. Ook niet gezellig is het gegeven dat investeerders liever vakantiegangers en tijdelijke bewoners dan permanente huurders (met rechten) in hun panden onderbrengen – of de boel gewoon maar helemaal lekker leeg laten staan.
Ondanks al deze problemen wordt verzet tegen dit soort toestanden nadrukkelijk gecriminaliseerd. Brandaanslagen op auto’s zijn gepresenteerd als links protest tegen gentrificatie, hoewel de chef van de Duitse politie duidelijk maakte dat er geen bewijs voor een politiek motief is. De internationaal gerespecteerde socioloog Andrej Holm, werkzaam aan Humboldt Universität, werd in 2007 midden in de nacht van zijn bed gelicht en weken in voorarrest gezet, omdat hij de woorden ‘gentrificatie’ en ‘precarisering’ in zijn publicaties gebruikte en omdat hij – jawel – tijdens een afspraak met een vriend misschien tot twee keer toe zijn mobiele telefoon thuisgelaten had. Uiteindelijk ging Holms vrijuit en kwam het niet eens tot een rechtszaak. Wie, zoals Schoonenboom, klachten over explosief gestegen huren als gebrek aan gastvrijheid en gezeur over verandering neerzet, draagt aan die criminalisering bij.
Voor de rest vind ik Schoonenboom natuurlijk een toffe vent. Want hé, wij Nederlanders in den vreemde moeten tegenwoordig een beetje zusammenhalten, nietwaar?
Commentaar (1)
Filed under Uncategorized
Bezet Berlijn
Zaterdag. En prachtig weer. Ik zet mijn fiets op de Pariser Platz en loop door de Brandenburger Tor. Als de aankondiging klopt die ik gisteravond op een website met de fraaie naam OccupyReichstag las, moet de manifestatie nu de Tiergarten hebben bereikt. Dat het park aan de kant van de Reichstag met dranghekken is afgezet, geeft me een gevoel van bevestiging. Ook de toeristen maken een aufgeregte indruk. Iedereen die naar de Reichstag wil moet door een opening in de dranghekken, waar twee politieagenten op wacht staan. Ik vermoed dat ze bang zijn voor nieuwe tenten.
Ik loop het park door en koop een Brezel. In de Scheidemannstraße, die langs de Reichstag loopt, vind ik nog steeds alleen maar toeristen en agenten. De Reichstag zelf is ook omsingeld door dranghekken, een dubbele rij zelfs. Ik steek de straat over en loop het plein voor de Reichstag op, waar ik behalve nog meer toeristen en agenten nu ook journalisten meen te herkennen. Journalisten onderscheiden zich van toeristen doordat ze foto’s maken met camera’s en niet met mobiele telefoons. Ze vormen een grote kring rond een groep mensen die midden op het plein voor de dranghekken zijn gaan zitten. Dit is, zo ervaar ik als mijn Brezel op is, de Assemblée Générale van OccupyBerlin.
Ik ga er bij zitten. Er is verwarring. Een wat oudere heer neemt het woord en vertelt dat er iemand in de menigte antisemitische flyers loopt te verdelen. Een dag later lees ik op een blog dat niet op alle punten goed geïnformeerd lijkt, maar toch een redelijk betrouwbare indruk maakt, over abjecte complottheorieën en regelrechte infiltraties van neonazi’s in de Duitse manifestaties van Occupy. Deze beweging is kwetsbaar, zoveel is duidelijk, maar deze middag reageert de Assemblée resoluut met boegeroep en neemt een motie aan om elke flyer onmiddellijk te verscheuren en weg te gooien – Aber bitte schön in den Papierkorb.
Ik mag meteen meedoen. Iedereen mag meteen meedoen: de enige voorwaarde voor lidmaatschap van de Assemblée is participatie. Die participatie is communicatief. De Assemblée spreekt namelijk door middel van de ‘menselijke microfoon’. Die werkt als volgt: de spreker doet zijn zegje in zinsdelen, die twee keer worden nagesproken door de hele groep: de eerste herhaling geldt de groep, de tweede de omstanders – de woorden moeten naar buiten golven, zogezegd. Met behulp van een tekensysteem kan instemming met de spreker worden uitgedrukt, aarzeling, afwijzing en ‘dit hebben we al gehoord’. Uiteraard is het een erg trage manier van communiceren, een traagheid die nog wordt versterkt doordat het vaak misgaat. Veel sprekers gaan al verder na één herhaling. Ook beginnen er soms twee mensen tegelijk te praten en weet niemand wie er nu nagesproken moet worden. En omdat er gedurende de middag steeds nieuwe mensen bijkomen, moet het principe steeds opnieuw worden uitgelegd.
Aan die traagheid moet ik wennen en ik ben niet de enige. Af en toe neemt iemand het initiatief om wat meer structuur aan te brengen. Er wordt een lijst met sprekers voorgesteld, en later wordt er geopperd een vast punt af te spreken waar de sprekers gaan staan en mensen die nadien het woord willen nemen hun beurt kunnen afwachten. Beide voorstellen vinden toestemming, maar ze worden niet uitgevoerd. Om me heen merk ik ongeduld. Steeds meer sprekers laten woorden als ‘concreet’, ‘vaststellen’ en ‘eisen’ vallen, de wens ‘iets’ te doen wordt steeds vaker uitgesproken.
Na ongeveer een uur is mijn ongeduld weg. Ik realiseer me dat er hier iets bijzonders gebeurt. Deze manier van communiceren staat haaks op het reguliere politiek-maatschappelijke spreken. Dat laatste is een continue en oorverdovende kakofonie van meningen. Hier is echter altijd maar één iemand aan het woord, namelijk: de groep zelf. Waar de kakofonie alleen passief geconsumeerd kan worden, word je hier opeens zelf verantwoordelijk voor het vertoog. Want of er gesproken kan worden is afhankelijk van jouw vermogen tot concentratie, jouw bereidheid naar anderen te luisteren, jouw geduld met je tegenwerpingen.
Bovendien is de hiërarchie weg: er wordt niet gesproken namens de macht en de onderdrukten, namens de elite en de gewone man, namens de meerderheid en de minderheid, namens links en rechts, namens partijen en belangenbehartigers – de paar mensen die met vlaggen rondlopen worden snel tot de orde geroepen. Er is zelfs geen buiten en binnen de Assemblée. Zoals gezegd, iedereen die er wil spreken, kan er spreken, en alleen wie zichzelf buitensluit, door te zwijgen, weg te lopen of voor zijn beurt spreekt, is geen deel van dit vertoog.
Er worden wel opinies geformuleerd, maar die worden meteen vergezeld door tegenwerpingen, door nuances, door uitbreidingen. Als iemand roept dat het een schande is dat Josef Ackermann, de chef van de Deutsche Bank, zijn verjaardag op staatskosten in het Kanzleramt kon vieren, stelt iemand anders dat Ackermann ook maar een mens is die in een corrupt systeem leeft, net als wij allemaal. Als iemand aan de inscriptie op de Reichstag herinnert – dem deutschen Volke – en roept dat wij dat zijn, reageert er iemand door te stellen dat we nog veel meer zijn dan dat: het is niet het Duitse volk dat hier spreekt, maar de globale mensheid. Als ikzelf, vrij naar Žižek, stel dat niet wij, maar de mensen die denken dat het zo kan doorgaan als het tot nog toe ging de dromers zijn, reageert er iemand door te stellen dat het heel goed is om dromen te hebben.
Op die manier vindt de taal haar onschuld terug. Het politieke spreken wordt opeens een vrolijk spreken – een bevrijdend spreken. Zou ik het normaal gesproken serieus nemen als iemand Jimy Hendrix citeert – ‘When the power of love overcomes the love of power, the world will know peace’ – en daarbij met papieren hartjes strooit? Zou ik normaal gesproken ontroerd zijn als iemand zegt hoe mooi het is om te weten dat je niet alleen bent? Hier geloof ik het, sterker nog: ik participeer erin. Het is een mooie middag.
Als ik uiteindelijk verkleumd thuiskom, lees ik Maurice Blanchot over Mei 68:
Het ging er zelfs niet om dat een oude wereld omvergeworpen zou moeten worden, maar dat, buiten elk nut, een mogelijkheid van samen-zijn de kans had zich te manifesteren die aan allen het recht op gelijkheid in broederschap gaf door de vrijheid van het woord die iedereen in vervoering bracht.
Filed under Uncategorized
L’éco-coco, c’est moi …
Afgelopen zaterdag publiceerde de Volkskrant mijn kritische reactie op het stuk dat Diederik Samsom eerder in het NRC publiceerde over zijn ervaringen als straatcoach in Slotervaart. Er volgden nogal wat reacties, waarvan het merendeel negatief – of althans: negatief bedoeld, want ik moest wel glimlachen toen ik mezelf als ‘eco-communist’ uitgescholden zag worden. Evengoed maken de reacties duidelijk dat iemand die problemen in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart niet bij voorbaat van het stempel ‘Marokkaans’ wil voorzien, kan rekenen op intimidaties van virtuele knokploegen. Bedenkelijk, zeker omdat de ideologie achter dergelijke intimidatie onder de huidige regering zonder enige schroom geïnstitutionaliseerd is. Er zijn kennelijk burgers die maar wat graag hun verantwoordelijkheid nemen!
Filed under Uncategorized
Of the uttermost significance
Afgelopen zondag was de derde dag op rij met vrijwel onafgebroken regen, een unicum in mijn Berlijnse bestaan. De aanhoudende regen schonk me een nogal spectaculair ritje op de mountainbike door het Grunewald en een gerust geweten tijdens het kijken naar een dvd met de verfilming van de avonturen van Sherlock Holmes, geproduceerd door Granada TV in de jaren tachtig en begin jaren negentig. Een voorlopig hoogtepunt bracht ‘A scandal in Bohemia’. Holmes krijgt de opdracht binnen drie dagen een afpersing te verhinderen. Als Watson hem eraan herinnert dat de krappe deadline op zaterdag afloopt, antwoordt Holmes: ‘It must be settled by Friday! Tchaikovsky’s conducting his own works at the St. James Hall …’
Holmesian deduction was al verkwikkend, radicaal estheticisme kwam me als bevrijdend voor in dagen waarin, tenminste in de Nederlandse media, het vaderlandse opinisme in de aanslagen in Noorwegen aanleiding vindt om een publicitaire orgie van jewelste te ensceneren. Smaak zal deze utopische ervaring hebben ingegeven, maar toch ook ontzag voor de zelfdiscipline die logica en esthetiek vergen: de detective weet zich afhankelijk van precisie, concentratie en geduld, de estheet des te meer. En beide zijn doordrongen van het besef dat hun succes bestaat bij de gratie van de zaak. Bij de opinist is het, zoals zijn naamgever ooit uitlegde, omgekeerd: de zaak bestaat bij gratie van de opinist, wiens succes alleen in bereik wordt gemeten. En zoals alle obsceniteiten staat of valt ook opinisme bij zelfdisciplinair onvermogen.
Dit gebrek aan discipline blijkt wel het duidelijkst waar, na nauwelijks een week, de opiniële aandacht al lang is verlegd van de aanslagen zelf naar … de opinie over de aanslagen. Natuurlijk valt in schuimbekkend ik-ík!-IK!-proza de reflex van de beroepshetser te herkennen, maar het geeft toch te denken dat diens opinie een opinie over opinies betrof. Voor dergelijke opiniële zelfbestuiving schaamt ook een burgemeester zich niet, waarbij opvalt dat dit prominente lid van een zich als links-liberaal profilerende partij zich argumentatief met ridiculisering tevreden stelt. Evenmin van zelfdiscipline – laat staan van smaak – getuigt de verheerlijking van de communicatieve gaves die ’s lands bekendste populist deze dagen ten toon spreidt. En ook waar diezelfde populist terecht gewezen wordt voor het politieke calcuul achter zijn pathologisering, of wordt opgeroepen politieke verantwoordelijkheid te nemen voor overduidelijke correspondenties tussen zijn agressieve rethoriek en Breiviks terreur, viert ongebreideld opinisme hoogtij: object van reflectie zijn immers ook hier niet de aanslagen, maar een nogal voorspelbare weigering tot politieke duiding ervan – een lacune waarin nadrukkelijk niet voorzien wordt, maar die wel haastig wordt beopinieerd.
Ben ik een cultuurpessimist? Natuurlijk, en sterker nog: ageren tegen opinisme is natuurlijk meedoen aan de heisa, om nogmaals Kregting te citeren. Maar met dat alles ben ik dan toch ook (gewoon?) een betrokken burger die de gedachte niet van zich kan afzetten dat dit opinisme systeem heeft: de obscene enscenering van meningen verdringt het traumatische besef dat Breiviks op uitsluiting en stigmatisering gefundeerde ideologie, hoewel nog zelden zo consequent in daden omgezet, gemeengoed is geworden. Hoogste tijd dus de geest te wetten aan logische excentriciteiten en te zoeken naar een esthetiek die ons er wel mee confronteert wat deze aanslagen in ons wakker roepen.
Filed under Uncategorized
Hallo Halbe
Dat doe ik normaal nooit hoor, open brieven schrijven. Maar voor dit fraaie initiatief natuurlijk graag. En als het dan ook nog over Lodewijk van Deyssel mag gaan …
Filed under Uncategorized
Twee recensies en een tweet
Filed under Uncategorized
Oh oh Ajax
Kijk, het is dus niet zo, dat ik hiero niks anders te doen heb. Maar ja, als het dus zo is, dat de TAZ zich ermee gaat bemoeien, dan ga je toch denken bij je eigen: laten wij nou ook maar zeggen wat we ervan denken, want hun hebben er dus toch alleen maar de ballen verstand van. Dus dan kijken we gisteren naar Studio Voetbal. Tijdens het koken doe ik dat dus, zodat je er met je verstand bij kan blijven. En ook al knippen ze dus op het internet voor het buitenland de stukkies met voetbal eruit, je kan toch een hoop zien. Ja, en dan weet je, dat het dus zo zit – kijk: iedereen weet dus dat Cruyff Ajax niet naar de Europacup I, oftewel dus die Sjampions Lieg, kan loodsen. Dat is dus gewoon onmogelijk. Maar hun weten ook, dat dus iedereen wil geloven dat Cruyff dat kan, als ‘ie het dus zou doen. En dat daarom dus niemand wil dat ‘ie het gaat doen, want dan zal je dus zien, dat ‘ie het niet kan. Daarom ook dat ‘ie dus nooit bondscoach is geworden. En Cruyff weet dat dus zelf ook. Want kijk, als je het ziet, is het niet moeilijk.
Filed under Uncategorized